Voor het boren in aluminium gebruik je een metaalboor. Een geslepen HSS boor is hiervoor de meest ideale keuze. Wil je voordeliger uit zijn, dan is een rolgewalste boor een goed alternatief. Ook deze boor is geschikt voor het boren in aluminium.
Aluminium is relatief zacht en daardoor goed te bewerken. Toch kan het tijdens het boren snel warm worden of aan de boor blijven kleven. Met het juiste toerental, een rustige manier van boren en bij dikker aluminium wat boorolie voorkom je dit.
Hoe boor je in aluminium?
Een netjes gat in aluminium boren hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met deze stappen kom je een heel eind:
- Kies de juiste boor. Gebruik een geslepen HSS boor of een rolgewalste metaalboor. Kies de diameter die past bij het gewenste gat.
- Zet het aluminium goed vast. Zorg ervoor dat het materiaal tijdens het boren niet kan verschuiven. Bij kleinere werkstukken kun je hiervoor bijvoorbeeld een bankschroef gebruiken.
- Stel het juiste toerental in. Gebruik voor aluminium een geschikt toerental en voorkom dat de boor onnodig veel warmte opbouwt. De juiste snelheid hangt onder andere af van de diameter van de boor.
- Gebruik boorolie bij dikker aluminium. Bij dikkere stukken aluminium kan boorolie helpen om de boor te smeren en de warmteontwikkeling te beperken. Breng de olie tijdens het boren opnieuw aan wanneer dat nodig is.
- Boor rustig en gecontroleerd. Zet niet onnodig veel druk op de boor. Laat de boor het werk doen en haal de boor af en toe iets terug om de spanen goed af te voeren.
- Bescherm je ogen. Bij het boren komen scherpe aluminium spanen vrij. Draag daarom altijd een veiligheidsbril en zorg dat je handen en kleding niet in de buurt van de draaiende boor komen.